Boosheid, wat houdt dat in?

Boos zijn we allemaal wel eens. Maar als de boosheid van uw kind niet te stoppen is, hij of zij vaak driftig is of dingen kapot maakt, is er meer aan de hand. Dan kan het goed zijn om daar aan te werken, want dat is voor niemand fijn. Niet in de laatste plaats voor het kind zelf. Er valt goed te leren hoe het kind zich niet meer zo vaak boos voelt en anders kan reageren. 

Het kind doet wat in hem of haar opkomt

Het kan ook zijn dat het kind niet agressief is, maar toch het gevoel heeft zich niet goed te kunnen beheersen. Hij of zij doet altijd wat in hem of haar opkomt. Met vervelende gevolgen voor anderen en voor zichzelf. Ook in deze situaties kunnen de behandelaren van Apanta het kind leren om het anders te doen.

Kenmerken van een agressiestoornis

Herkent u uw kind in het volgende? Als het kind boos is, scheldt het mensen uit of maakt het iets kapot. Het kind wil misschien niet dat het gebeurt, maar lijkt “gaat vanzelf” te gaan. Misschien heeft uw kind het gevoel dat dit de enige manier is waarop het zichzelf duidelijk kan maken. Of het kind vindt dat het zichzelf steeds moet verdedigen.
Als een kind boos is, weet het niet meer goed wat hij doet. De gevoelens worden zo heftig, dat het kind niet meer goed kan denken. Dan lijkt het of het kind er niet aan kan doen, alsof de woede hem of haar gewoon overkomt. Maar dat is niet zo. Het kind kan leren om zijn boosheid in de hand te houden.

Boos worden is niet verkeerd

Boos worden is op zichzelf niet verkeerd. Het is goed als een kind voor zichzelf opkomt. Of voor iemand anders. Pas als er geen rem op zit, wordt het een probleem. Met agressief gedrag roept het kind bij anderen vaak ook boosheid op. Ze vertrouwen het kind niet meer en willen niet meer met hem of haar omgaan. Zo raakt het kind mensen om zich heen kwijt. Agressie maakt daardoor eenzaam.

Kenmerken van een impulsstoornis

Als een kind schadelijke dingen doet omdat hij of zij ergens geen zin in heeft en het niet kan laten, spreken we van een impulsstoornis. Het kan gaan om stelen, liegen of iets in brand steken. Maar ook bijvoorbeeld om veel te veel gamen. Na afloop voelt het kind zich er vaak vervelend over, maar kan zichzelf niet stoppen. Toch kan ook iemand met een impulsstoornis dit leren. Bij Apanta kunnen we hiermee helpen.

Waar komen de klachten vandaan?

Voor een deel heeft het te maken met aanleg, maar voor een groter deel met alles wat het kind mee heeft gemaakt. Er kunnen nare ervaringen zijn die het kind niet hebt verwerkt. Als het dan slecht met het kind gaat, of als het zich ellendig voelt, wordt hij of zij boos op iets of iemand. Of het kind steelt iets of steekt iets in brand. Het likt alsof er geen andere uitweg voor de gevoelens is. Toch zijn er andere manieren.

Hoe kan Apanta uw kind helpen?

Geeft uw kind aan dat het vaak niet meer zo vaak boos wil zijn? Wil het de impulsen kunnen stoppen? Apanta kan samen met uw kind uitzoeken wat het gedrag veroorzaakt, hoe het kind hierop reageert en welke gevolgen zijn of haar handelen heeft. In de training leert het kind denkfouten te vermijden en de juiste keuzes maken in moeilijke situaties. Ze leren om het anders te doen, zonder dat ze zichzelf of een ander daarmee tekort doen. 

Lees meer over de behandeling van boosheid bij Apanta.