Cliënt aan het woord

Een ervaringsverhaal over een zwaar herstelproces, over moed, doorzetten en vertrouwen


 

Metselen voor gevorderden

Daar sta ik weer. In mijn linkerhand een baksteen. In mijn rechterhand een metseltroffel. En naast mij een net uitgedraaide cementmolen. Ik schep wat cement eruit en sla een diepe zucht. Daarna strek ik mijn arm uit, breng ik een laag cement aan op de muur en plaats ik de baksteen erop. Steen na steen. Totdat ik er niet meer bij kan. Niet alleen omdat het muurtje te hoog is, maar ook omdat ik moe ben. Nee, niet moe. Eerder uitgeput.

Of ik mezelf heb afgevraagd of ik ook kan stoppen met metselen? Dat wel. Maar ik had geen idee hoe ik ermee kon stoppen. Wil je weten hoelang ik erover heb gedaan dit muurtje om me heen te bouwen? Jaartje of 20. Op de gekozen oppervlakte mag ik niet echt trots zijn. Eén bij één meter, ik pas er maar net in. Maar het gebouw an sich. Ja, best een prestatie. Het heeft me ook ver gebracht, en tegen een hoop beschermd. Maar mijn mini fort werd te klein. Mijn ambities en dromen reikten verder dan wat ik had gebouwd.

Het was tijd voor verandering, al langer. Maar eerst moest mijn baan uitmonden in een fiasco. Dat was het moment dat ik me realiseerde dat ik mezelf volledig had vastgemetseld in mijn eigen aannames, overtuigingen en negatieve zelfbeeld. Ik zat muurvast, maar durfde mijn vertrouwde muur niet neer te halen. Ik was té bang voor de gevolgen. Ik had het immers al jaren zo gedaan. Maar tegelijkertijd ook het besef: je wilt verder komen dan dit, maar op deze manier gaat dat niet lukken. Vooruit, dan toch maar proberen.

Ik haal de bovenste rijen steen weg. Gemakkelijk gaat het niet. Geloof me, na jaren metselen weet je goed hoe je een stevige muur bouwt. Uiteindelijk lukt het. Pfoe, dit is best aangenaam. Wat meer uitzicht, iets meer ruimte, maar vooral meer ruimte voor beweging. En niet minder belangrijk: beter met anderen kunnen praten. Ook over mijn gevoelens en frustraties. Dat is enorm spannend - en het lukt me ook niet altijd even goed - maar het gaat steeds wat beter.

De weken verstrijken. Ik haal elke week weer een rij bakstenen weg. Maar zo rond mijn middel, krijg ik het lastig. Nu voel ik me plots heel kwetsbaar, ik mis mijn oude muurtje. In een opwelling zet ik de cementmolen aan en begin ik weer een muurtje te bouwen. Maar ik kom niet ver, misschien maar een paar rijen. Terwijl ik de laatste bakstenen leg, realiseer ik me dat dit juist precies níet was wat me verder ging helpen. Ik zak van ellende in elkaar.

Terwijl ik mezelf lig te vervloeken, hoor ik hoe achter me een machine aan komt rijden. Ik sta op, draai me om en zie dat een gigantische sloopkogel wagen 20 meter verderop parkeert. De sloopwagen draait mijn kant op, daarna wordt de sloopkogel omhoog gehesen. Verbaasd sta ik te kijken wat er gebeurt. Ik roep nog even een ‘Ben je nou helemaal gek?!’ naar de persoon in de cabine. Uiteraard wordt er niet gereageerd. Ik kijk nog wat beter in de cabine en zie nu de persoon die erin zit. Verdomd, ben ik dat zelf?

Beduusd en verlamt zie ik hoe de sloopkogel zijn hoogtepunt bereikt. Ik hoor een klik en zie in slow motion hoe de sloopkogel mijn kant op sjeest. Ik probeer uit mijn fort te klimmen, maar het is te hoog. Het lukt me niet. Ik doe mijn ogen dicht terwijl ik zie hoe de sloopkogel steeds dichterbij komt. Ik duik in elkaar, maar het mag niet baten. De sloopkogel haalt mij en mijn creatie snoeihard onderuit. Alles is weg. Ik lig huilend op de grond. Ik voel me verdoofd. Mijn meesterwerk, mijn muurtje, mijn mantra. Gone. Verdorie, daar lig je dan. Jarenlang gewerkt aan je meesterwerk. Nu niets meer van over. Ik voel me naakt, kwetsbaar, onzeker. Plotseling heb ik niets meer om op terug te vallen.

‘Hè  hè, dat werd tijd. Moest dat nou zo lang duren?’ hoor ik vanuit de cabine. Mijn kloon stapt uit en springt op de grond. Ze komt naast mij staan en kijkt in stilte hoe ik op de grond lig. Stervend.

‘Volgens mij zit jouw tijd erop’, reageert ze. ‘Er is een nieuwe … nu. Sorry, ik weet dat het niet makkelijk is. Je hebt me heel ver gebracht, maar jouw tijd is nu echt voorbij.’

Wie is dit toch? En waar komt deze persoon ineens vandaan? Het zijn de laatste gedachten die door me heen schieten voordat ik mijn laatste adem uitblaas.

--

Ik rijd in mijn auto over de weg. Achter mijn auto hangt een aanhangwagen met daarin een stapel bakstenen. De cementmolen heb ik al weggegeven, de bakstenen dump ik binnen enkele minuten op de milieustraat. Ik zal ze nooit meer missen.

Nu ben ik zelfverzekerder, neem ik meer initiatief, ga ik discussies niet meer uit de weg, trek ik me minder aan van wat anderen van me vinden en neem rust wanneer ik voel dat ik het nodig heb. Wat een heerlijk gevoel is dit. En wat heb ik hard gewerkt om hier te komen.

Klinkt te goed om waar te zijn toch?
Dat is het soms ook. Het gaat ook niet altijd even gemakkelijk, maar uitgeleerd raak ik nooit.

En verder metselen?
Alleen als ik ooit zelf een huis ga bouwen, met veel ruimte.